In het eerste jaar leg je een stevige basis in de Omgevingswet en de fysieke leefomgeving. Je leert niet alleen hoe regelgeving werkt, maar vooral hoe je deze toepast in de dagelijkse praktijk. Daarnaast ontwikkel je professionele vaardigheden (nog verder) zoals communiceren, samenwerken en adviseren. Deze vaardigheden gebruik je direct in opdrachten uit je eigen werkomgeving of praktijk.
- samenwerken én individueel aan de slag
- duurzaam handelen en kritisch denken
- kennis opdoen over bodem, water en lucht
- aan de slag met de Omgevingswet
- je oefent met realistische opdrachten
- workshops aanvullend op de lessen
- studieloopbaan begeleiding
De één wil doorgroeien binnen een gemeente of omgevingsdienst, de ander maakt bewust de overstap naar een duurzame loopbaan. Weer een ander wil na het mbo blijven leren terwijl hij of zij al aan het werk is. Juist die verschillende achtergronden maken de opleiding sterk: studenten leren niet alleen van docenten, maar ook van elkaars praktijkervaring.