Jaar 1: de basis
Het eerste jaar is opgebouwd met de onderstaande modules:
Periode 1, Beheren van kwaliteitssystemen
Vanuit een wettelijke verplichting heeft ieder voedingsmiddelen-productiebedrijf een HACCP-systeem. In dit thema wordt door het uitwerken van een case de HACCP-systematiek op een in de praktijk toepasbare wijze getraind. De nadruk ligt daarbij op het kunnen uitvoeren van een HACCP-analyse en met deze resultaten een rudimentair kwaliteitssysteem kunnen opzetten. Hierbij is het van groot belang om de microbiële gevaren bij een bepaald type product te inventariseren, waarbij ook aandacht besteed wordt aan de noodzakelijke achtergrondkennis op microbiologisch vlak.. Niet weg te denken uit het moderne (bedrijfs)leven is het werken met databases (informatiesystemen) en het gebruik van informatie daaruit. Deze informatie wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfsvoering zoals het uitvoeren van kwaliteitscontroles en het leren inschatten van de (on)mogelijkheden van systemen. Een specifieke vorm van gebruik van informatie is het sturen van een productielijn op basis van Statistic Process Control. Een aantal gerichte opdrachten verschaft de student inzicht in de basisbegrippen van deze methodiek.
Periode 2, Procesoptimalisatie
Centraal in de module staat een productie op het bedrijf. De student verzamelt (bedrijfs)gegevens over de productie en het productieproces en schrijft een adviesrapport. Tijdens de module worden colleges procestechnologie gegeven. Het onderdeel procestechnologie wordt afgesloten met een tentamen engineering. De module wordt afgesloten met een presentatie waarin het optimaliseringsadvies toegelicht wordt.
Periode 3, Producttechnologie
De technologische opdrachten zijn gerelateerd aan manieren van verwerking op het bedrijf en behelzen het produceren van producten en het uitvoeren van een aantal product-variaties. De student gaat literatuur van een bestaande productiemethode bestuderen en een opzet maken om zelf ook productie te gaan uitvoeren. Belangrijk hierbij is om de rol van ingrediënten en procesomstandigheden in te zien en die rol ook uit te testen door bewust geselecteerde parameters te variëren. Bij de opzet hoort ook een plan om bepaalde parameters gedurende de productie te volgen en een manier om het eindproduct te beoordelen. Bij deze module vervult de student de rol van producttechnoloog bij een productielocatie.
Periode 4
Praktijkopdrachten
De opdrachten worden uitgevoerd op de laboratoria en in de pilot plant of indien mogelijk op het eigen bedrijf. Een praktijkdocent doet de begeleiding op de pilot plant. Wanneer studenten in hun eigen bedrijf iets mogen proefproduceren, dan worden er afspraken gemaakt met de beheerder van de apparatuur. Hierbij is tutorbegeleiding op school.
Proefopzet
Specifiek leert de student een proefopzet te maken en, omdat het ook daadwerkelijk uitgevoerd moet worden, na te denken over praktische consequenties en uitvoerbaarheid. Er moet vooraf een doordacht plan van productie, metingen en bepalingen aanwezig zijn. Verder wordt de technologische kennis uitgebreid met onderwerpen op het gebied van toepassing van ingrediënten, specifieke productieprocessen en kwaliteitszorg.