Wat is er aan de hand?
Nederland staat voor een grote transitie van het landelijk gebied. Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) stelde het Rijk doelen voor natuur, water, bodem en klimaat. Deze moesten regionaal worden gerealiseerd via gebiedsgerichte aanpakken. Ook al is het NPLG van tafel, de doelen en de aanpak zijn nog steeds actueel. Gebiedsmanagers spelen hierin een cruciale rol, maar ervaren dat kennis, vaardigheden en passende institutionele kaders ontbreken om deze complexe transities effectief te begeleiden.
Wat doet het project daaraan?
Dit project ondersteunt gebiedsmanagers bij het water, bodem, klimaat en biodiversiteit leidend maken door te onderzoeken hoe transities in de praktijk werken en hoe professionals daarin beter kunnen worden toegerust. Een interdisciplinair onderzoeksteam van de groene hogescholen, CHE en Stimuland werkt actief mee in gebiedsprocessen in Oost-Gelderland en Midden-Brabant. Daarnaast worden tien gebiedsprocessen gemonitord, geobserveerd en gereflecteerd om inzicht te krijgen in wat wel en niet werkt.
Vervolgens worden belemmeringen en kansen binnen de institutionele kaders in kaart gebracht. De opgedane inzichten worden gedeeld, zodat ervaringen direct overdraagbaar zijn. De ontwikkelde kennis wordt ook ingebed in onderwijs en leven-lang-lerentrajecten. Zo verbindt het project praktijkervaring, onderzoek en professionalisering, en helpt het gebiedsmanagers hun handelingsrepertoire te verbreden.
Wat levert het project op?
Het project ontwikkelt bouwstenen voor effectief gebiedsmanagement, waaronder handreikingen voor samenwerking, transitieaanpakken en manieren waarop water en bodem daadwerkelijk sturend kunnen zijn. Daarnaast komt er een beleidsadvies voor overheden over de institutionele veranderingen die nodig zijn om gebiedstransities mogelijk te maken.
Eindproducten worden toegankelijk via de Werkplaats voor landbouw en natuur, van LVVN-RTLG: een community waar gebiedsmanagers en anderen kennis delen en samen leren. Zo draagt het project bij aan duurzame gebiedstransities én aan de professionalisering van iedereen die eraan werkt.