Je leert door een combinatie van theorie, praktijkopdrachten, het werken met actuele landschapsbronnen en het analyseren van concrete gebieden. Je ontwikkelt kennis van fysische geografie, landschapsecologie en cultuurhistorie en leert deze kennis toepassen bij het onderzoeken en beschrijven van landschappen.
De leerlijn bestaat uit drie modules.
Je ontdekt hoe rivierlandschappen en zandgronden zijn ontstaan en welke rol geologie, geomorfologie, hydrologie en bodem daarbij spelen. Je leert de abiotische kenmerken van het landschap herkennen, beschrijven en verklaren.
Je werkt met actuele online natuur- en cultuurbronnen en ontwikkelt inzicht in de processen die het Nederlandse landschap hebben gevormd.
Je verdiept je in de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van kust-, klei- en veenlandschappen. Je leert de samenhang tussen de abiotische componenten, zoals bodem en water, de biotische componenten, zoals flora en fauna, en de invloed van de mens herkennen en beschrijven.
Ook onderzoek je de ecologie en cultuurhistorie van het landschap en leer je de beeldkwaliteit van verschillende landschapstypen beschrijven. Zo ontwikkel je een brede blik op het landschap als samenspel van natuur, mens en geschiedenis.
Je leert gebieden ruimtelijk en ecologisch analyseren. Je onderzoekt de samenhang tussen bodem, water, reliëf, vegetatie en menselijk gebruik en leert de waarden en potenties van een gebied onderbouwen.
Daarnaast maak je kennis met GIS (Geografische Informatiesystemen). Je ontwikkelt basisvaardigheden om geografische gegevens te verwerken, analyseren en visualiseren. Daarmee leer je landschappelijke informatie op een overzichtelijke en onderbouwde manier presenteren.