De module is opgebouwd uit verschillende lessen met een ander thema.
Geologie, geomorfologie, grondsoorten en bodemtypes
De module start met een les over de ontstaansgeschiedenis van de belangrijkste landschappen van Nederland: de geologie en de geomorfologie als basis. Gevolgd door een les over de grondsoorten en bodemtypes die bij deze landschapstypes horen. Waar vind je zand, klei, veen. Hoe kun je dat zelf voelen, maar ook hoe haal je dit uit de bodemkaarten.
Waterhuishouding
Een volgend belangrijk aspect van een landschap is de waterhuishouding. Van Nederland als delta als geheel, maar ook per landschapstype en bodemtype afzonderlijk. Belangrijk in deze tijden van extreme droogte en regenval is ook het watervasthoudend/waterleverend vermogen van een bodem.
Landgebruik
Geologie, geomorfologie, bodem en waterhuishouding tezamen bepalen het landgebruik: hoe heeft de mens het landschap in gebruik genomen, wat is de invloed van de mens geweest leidend het huidige landgebruik en daarmee tot de huidige verschijningsvorm van het landschap. Elk landschap heeft zijn specifieke bos- en natuur(doel)typen; welke zijn dat en hoe kunnen die behouden (of ontwikkeld) worden.
Een landschap lezen
Tijdens de laatste les ga je het landschap rondom Velp ‘lezen’. Hoe ziet het rivierenlandschap of het stuwwallenlandschap eruit? Welke grondsoorten en bodemtypen tref je er aan? Wat is het huidige landgebruik en welke bos- en natuurtypen kom je tegen?
De module sluit je af met een opdracht: je maakt een eenvoudige landschapecologische systeemanalyse waarbij je ook aangeeft welke bos- en natuurtypen te verwachten zijn.