Wat kun je worden?
Door de keuzes die jij maakt in je studie, ben je vooral een specialist. Maar door het onderzoeksfundament dat je legt, kun je wel op heel veel verschillende werkplekken terechtkomen. We zoomen in op vier jobs:
Onderzoeksanalist in een academisch ziekenhuis
Als onderzoeksanalist in het ziekenhuis maak je deel uit van de onderzoeksafdeling. Met elkaar doe je onderzoek naar een aandoening, zoals hartfalen. In het laboratorium kweek je stamcellen, die je verandert in kloppende hartcellen. Hier haal je genetisch materiaal uit, zodat je meer te weten komt over die cellen en vervolgens over hartfalen.
Merkertechnoloog bij een zaadveredelaar
In deze rol werk je op het lab aan plantenveredeling. Van je collega-bio-informaticus krijg je gegevens, waarmee jij tests ontwerpt en uitvoert. Zo kun je bijvoorbeeld uitpluizen wat de genetische eigenschappen zijn van de nakomelingen van gekruiste planten. De resultaten hiervan helpen om het veredelingsproces te versnellen.
Bio-informaticus bij een farmaceutisch bedrijf
Heb jij het pad gevolgd van bio-informatica? Dan kun je onder andere bij een farmaceutisch bedrijf neerstrijken, dat vaccins ontwikkelt. Met genetische informatie over een ziekteverwekker voorspel jij welk deel ervan vatbaar is voor een nieuw vaccin. Die analyse is superbelangrijk voor jouw collega’s op het lab.
Bioprocestechnoloog bij een milieutechnologiebedrijf
Het milieutechnologisch bedrijf waarvoor jij werkt, verkoopt reactoren aan andere bedrijven. Hiermee kunnen zij hun afval omzetten in bruikbare stoffen. Het is jouw missie om een snoepfabrikant te helpen aan een beter proces, waarmee de afvalstroom verandert in bioplastics. Op labschaal werk jij dit uit, om het daarna te vertalen naar fabrieksschaal.