Waarom ik deze opleiding ben gestart
Ik ben het liefst buiten. Dat was vroeger al zo, tijdens mijn jeugd in Engeland, en dat is nog steeds zo. De variatie in planten, de dynamiek van landschappen: je blijft telkens nieuwe dingen beleven. Ook in mijn werk wil ik me meer gaan bezighouden met de buitenruimte. Hoe kunnen we bijvoorbeeld noodzakelijke infrastructuur beter laten samengaan met het landschap en de natuur?
Wat voor mij de doorslag gaf om deze opleiding te doen, was de combinatie van theorie en praktijk. Je leert niet alleen de achtergronden, maar je doet ook echt vaardigheden op om iets te kunnen maken. Die balans sprak me enorm aan.
Leren door buiten te zijn
Wat ik heel waardevol vind aan de opleiding, is dat veel vakken beginnen met een bezoek aan een locatie. Samen met andere studenten en docenten probeer je de ruimte echt te begrijpen. De docenten hebben veel ervaring uit de praktijk, en dat merk je in alles. Ze geven concrete voorbeelden en laten je het grotere plaatje zien. Daardoor gaat de stof echt leven, of het nou over bodem of vegetatiekunde gaat.
Bij Tuin- en Landschapsinrichting bouw je bovendien een band op met je studiegenoten en de docenten. De studie kan net als elke studie soms druk zijn. Je komt in aanraking met allerlei nieuwe vakgebieden, wat regelmatig zorgt voor grappige momenten. Samen zuchten over een toetsperiode, lachen om vakjargon of opvallende ontwerpen, dat schept echt een band. Wat ik ook niet snel vergeet, zijn de bloemen die ik van mijn studiegenoten kreeg bij een leuke gebeurtenis in mijn privéleven. Dat was zó attent.
Landschap leren lezen
Ik ben nog niet heel ver in het vakgebied, maar ik merk dat ik het landschap en de buitenruimte steeds beter begin te ‘lezen’. Door kennis van vegetatie weet ik welke planten waar groeien en dus ook iets over de bodem en het grondwater. Door technische vakken begrijp ik hoe dingen zijn aangelegd en waarom. Die kennis, en de oefening die je krijgt tijdens de opleiding, geven je het gereedschap om beter te zien wat er mogelijk is.
Ik hoop deze kennis ook in mijn werk als jurist te kunnen inzetten. En wie weet, ooit samen met anderen een eigen bureau starten.