Studieprogramma

Eerste en tweede studiejaar

Bij Tuinbouw en Akkerbouw leer je meer op het gebied van biologie en teelt. Maar denk ook aan termen als voedselproductie, bodembeheer, ondernemerschap, onderzoek, economie, marketing en communicatie, innovatie, duurzaamheid en zelfreflectie. In het eerste deel van je studie volg je een breed programma waarin je aan je basiskennis en vaardigheden werkt. Je verdiept je in hoe plant en bodem in elkaar zitten. Je leert daarnaast veel over gewasontwikkeling en -verzorging, kwaliteit, afzet, marketing en organisatie. Daarnaast ga je in de eerste twee jaar twee keer op stage; eenmaal bij een tuinbouw- of akkerbouwbedrijf en eenmaal in de periferie (zoals bij een toeleverancier of afnemer).

Derde en vierde studiejaar

In het tweede deel van je studie krijg je de kans om je te specialiseren en je kennis te verdiepen in onderwerpen die jou het meest aanspreken. Die kunnen liggen op het vlak van bedrijfskunde en ondernemerschap, maar bijvoorbeeld ook richting veredeling, innovatie en onderzoek. Twee specialisaties die binnen de opleiding centraal staan zijn  ‘Plantenteelt en ondernemerschap’ en ‘Plantinnovatie’. Daarnaast kan je jezelf verdiepen in een plantenteeltonderwerp naar keuze, zoals de pootaardappelteelt. Je eigen specialisatie breng je in de praktijk met een stage van vijf maanden en sluit je af met een afstudeeropdracht.

Studieopbouw

Jaar Periode 1 Periode 2 Periode 3 Periode 4
1 Zicht op de agro-food sector en de opleiding

Plant en bodem
Agrarische ecosystemen

Kwaliteit en marketing in de agro-food keten

Plant in onderzoek en innovatie

Ondernemerschap in het primaire bedrijf

Innovaties in de agro-food sector

Student in het bedrijf

2 Stage Specialiseren Plantenteelt en ondernemerschap / Plantinnovatie
3 Plantenteelt en ondernemerschap / Plantinnovatie Minor (of projectstage)
4 Projectstage (of Minor) Afstudeerproject

 

Onderwijs

Perioden
Het onderwijs bij de opleiding Tuinbouw en Akkerbouw is opgedeeld in vier perioden per jaar en twee modulen per periode. Samen met de studieloopbaanbegeleiding komt dit uit op 60 ects (studiepunten) per jaar. Een module richt zich meestal op een specifiek onderwerp zoals ‘bodem’ en ‘plant in advies en onderzoek’. Soms volg je deze modulen met enkel andere Tuinbouw en Akkerbouw studenten en soms met bijvoorbeeld studenten Dier- Veehouderij of Bedrijfskunde.

Theorie en praktijk
Elke module bestaat uit een combinatie van theorie en praktijk. Je krijgt colleges, practica en praktijkopdrachten die je soms individueel en soms in een groep uitvoert. Daarnaast vinden er ook vaak excursies plaats, bijvoorbeeld naar een zaadveredelaar, handelshuis of een boer. Bij de verschillende opdrachten wordt je in het eerste jaar meestal wekelijks begeleid en zal je in latere jaren steeds zelfstandiger aan de slag kunnen.

Contacturen
Gemiddeld heb je in het eerste jaar ongeveer 20 contacturen per week, in de latere jaren gaat het aantal contacturen omlaag en wordt er meer zelfstudie van de student verwacht. Natuurlijk kan je ook dan altijd nog vragen om extra uitleg. Om alle opdrachten goed te maken is, samen met de contacturen, ongeveer 40 uur studie nodig per week, natuurlijk afhankelijk van hoe goed je bent in het leren van de theorie en het werken aan projecten.

Toets
Je voortgang wordt aan het eind van elke module getoetst door middel van een tentamen, een groepsopdracht en/of een individuele opdracht. Zo kan het zijn dat je een Engelstalige[1] klacht over een agrarisch product moet afhandelen of dat je gedurende de periode een eigen onderzoek uitvoert en hier een verslag over schrijft. De inhoud van de opdrachten verandert ook door de jaren heen. In het eerste jaar werk je nog vaak met fictieve opdrachtgevers en duidelijk afgebakende opdrachten, terwijl je in het vierde jaar al bijna zelfstandig een onderzoek moet kunnen uitvoeren en de resultaten vaak direct voor de opdrachtgever bruikbaar zijn.

Stage
Naast de modulen ga je ook  meerdere malen op stage. De meeste studenten gaan in het eerste jaar voor een halve periode op stage (2,5 dagen per week), en in het tweede jaar voor een hele periode op stage, bijvoorbeeld bij een boer in Canada, een tulpenkweker in Nieuw-Zeeland, of bij een zaadveredelaar in Enkhuizen. Tot slot ga je in het vierde jaar nog een keer op stage, ditmaal voor twee periodes lang. Tijdens deze laatste stage werk je aan een eigen onderzoek en weten veel studenten ook al een baan voor na de studie te vinden. Vrijwel alle stages worden door de student zelf geregeld, vaak via kennissen of erfbetreders, soms ook gewoon door zelf contact te zoeken met een interessant bedrijf. Door de grote vraag naar geschikt personeel zien we dat dit geen enkel probleem oplevert voor onze studenten.

Klein, persoonlijk en toegepast
Je kan de studie Tuinbouw en Akkerbouw zowel bij Van Hall Larenstein volgen, als bij de HAS Hogeschool of Aeres Hogeschool. Alle drie de opleidingen moeten voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen en dezelfde competenties en zijn in die zin gelijkwaardig. De opleidingen verschillen vooral in de manier waarop het onderwijs aangeboden wordt. De opleiding Tuinbouw en Akkerbouw bij Van Hall Larenstein kenmerkt zich vooral door kleine groepen en daardoor persoonlijke onderwijs en het toegepast aanbieden van de basisvakken. Daarnaast krijg je les op een breed georiënteerde hogeschool en zal je soms ook samenwerken met studenten van andere opleidingen, waar je anders niet vlug mee in gesprek zou komen.

[1] Gezien het internationale karakter van de Tuinbouw en de Akkerbouw is het lezen van Engelse literatuur en het je kunnen uitdrukken in Engels ook een wezenlijk onderdeel van de studie