Kwaliteit en begeleiding

De student centraal

Als Van Hall Larenstein willen wij samen onderwijs, onderzoek en diensten leveren van een goede kwaliteit. Dit is de reden dat wij blijven streven naar optimalisatie van het onderwijs, het onderzoek en de bedrijfsvoering. In kwalitatief opzicht willen we als hogeschool 'tot de beste behoren'. Om dit te realiseren verrichten de opleidingen interne kwaliteitsmetingen. Ook werken de opleidingen mee aan onderzoeken die door externe organisaties worden georganiseerd, zoals de accreditaties van de NVAO, de Nationale Studenten Enquête en de HBO-monitor (bron voor Elsevier en de Keuzegids).

In het Instellingsplan 2014-2017 definieert Van Hall Larenstein goede kwaliteit aan de hand van de volgende kwaliteitsnormen:

  1. Alle opleidingen scoren minimaal een 3.8 in de Nationale Studenten Enquête op de vraag ‘Wat vind je van je studie in het algemeen?’ (schaal 1-5);
  2. Minimaal 70% van de studenten is tevreden over de onderwijseenheden;
  3. In de HBO-monitor is 70% van de ondervraagde alumni (zeer) tevreden over de studie;
  4. Minimaal 75% van de voltijd bachelorstudenten haalt het diploma binnen vijf jaar;
  5. Elke docent met een vaste aanstelling heeft een didactische aantekening en 80% van de docenten heeft een mastergraad of is gepromoveerd.

De doelstelling voor 2017 is, dat alle opleidingen van Van Hall Larenstein positief scoren op alle indicatoren.

Intensieve studiebegeleiding

Op basis van de kernpunten uit de instellingsvisie, de visie op afgestudeerden van Van Hall Larenstein en de visie op leren, biedt ons onderwijsconcept ruimte aan de individuele student voor het ontwikkelen van zijn of haar talenten en beroepscompetenties in een inspirerende omgeving. Elke opleiding van Van Hall Larenstein begeleidt daarom studenten bij hun persoonlijke ontwikkeling in de vorm van studieloopbaanbegeleiding (SLB).

Van Hall Larenstein heeft in de beleidsnotitie ‘Studeren met een functiebeperking’ de volgende doelstellingen geformuleerd:

  • Duidelijkheid en richting geven aan betrokkenen;
  • Verbeteren van de toegankelijkheid van het onderwijs;
  • Bevorderen van de studeerbaarheid van het onderwijs voor studenten met een functiebeperking;
  • Bieden van meer keuzes en flexibiliteit bij het inrichten van studieprogramma’s, zoals diversiteit in leerroutes en betere studiebegeleiding;
  • Lagere studie-uitval bij studenten met een functiebeperking en een betere uitgangspositie bij het vinden van een passende baan.