Pulp Vision: valorisatie pulpfractie

Pulp Vision: valorisatie pulpfractie vanuit reststroom uien is een onderzoeksproject van het lectoraat Biobased Proteins.

Wat is er aan de hand?

De Nederlandse uiensector produceert 1,5 miljoen ton uien op jaarbasis. Bij de teelt en verwerking van deze tonnen ontstaat een reststroom van ruim 0,5 miljoen ton/jaar. Uientelers en de verwerkende industrie hebben samen met kennisinstellingen een proces opgezet om deze stroom meer waarde te geven. De focus ligt hierbij op het zo volledig mogelijk scheiden van de geur- en smaakstoffen, de eiwitten en de vezels. De eerste twee stromen vinden momenteel hun weg al naar verschillende toepassingen. Echter, de vezelrijke pulpfractie gaat nog steeds naar biovergistingsinstallaties. Dit valt in de categorie zeer lage verwaarding.

Wat doet het project daaraan?

Het project Pulp Vision richt zich op de valorisatie van de pulpfractie tot een hoogwaardig eindproduct. De vezels uit de pulpfractie zijn namelijk een uitstekende bron van oplosbare en niet-oplosbare voedingsvezels die ter bevordering van de darmgezondheid kunnen dienen. De technische uitdaging in het project Pulp Vision zit in het feit dat de geurcomponenten van de ui zo goed verwijderd moeten worden dat de uiensmaak niet terug te proeven is in voedingsmiddelen die met deze vezels zijn verrijkt.

Wat levert het project op?

Bij succesvolle uitvoering levert dit project een nieuwe bron van voedingsvezels op en inzicht in de bioraffinage van uienresten. De verkregen hoogwaardige voedingsvezels kunnen ingezet worden als grondstof voor de verrijking van bestaande voedingsmiddelen of voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Ook de invloed op de darmgezondheid van deze producten zal onderzocht worden in dit project. Dit levert informatie op over de optimale toepassing van de vezels vanuit het oogpunt van gezondheid.

Lector: Eric de Bruin, Biobased Proteins
Looptijd: 2020 - 2022
Projectpartners: NMK Esbaco, Fresh Monkeys BV, VAMO, Biorefinery Solutions, Gourmet, Wiskerke Onions, Van Hall Larenstein, Inholland

Dit onderzoek is medegefinancierd door Regieorgaan SIA onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).