Daan Grobben

Daan onderzoekt de relatie tussen het broedsucces en de prooi toevoer naar de kuikens.

"Tot nu is het onderzoek erg leuk en je ziet erg veel “gekke” dingen die je totaal niet zou verwachten."

Net als David, Friso en Elena studeer ik Diermanagement en doe ik in het kader van mijn afstuderen onderzoek naar de twee visdiefkolonies. Ik onderzoek de relatie tussen broedsucces en de prooi toevoer naar de kuikens. Een van deze kolonies broedt op de grond in de Eemshaven, vlak aan de zee. De andere broedt op het Nordwin dak in Leeuwarden, en foerageert logischerwijs in zoetwater. Doormiddel van observaties ga ik kijken welke prooien worden aangevoerd aan de kuikens, ik let dan op de grootte van de prooi en de soort. Deze twee gegevens ga ik koppelen en hieruit hoop ik een energy budget te kunnen maken. En verklaren waarom een kuiken het wel of niet gered heeft. De observaties worden in de Eemshaven gedaan vanuit een tent, en in Leeuwarden met een observatie camera of met een telescoop vanaf een brandtrap.

Mijn onderzoek maakt deel uit van twee al lopende onderzoeken, het Kenniscentrum Burgers en Biodiversiteit (KBB) doet al jaren onderzoek naar de broedende visdieven op het Nordwin college, en wil weten wat de bijdrage is van deze kolonie ten behoeve van de Nederlandse populatie. In Eemshaven draagt mijn onderzoek bij aan een onderzoek van Altenburg & Wymenga, die kijken naar het broedsucces van de visdieven. Omdat deze kolonie volgend jaar verplaatst gaat worden moet er onderzoek naar gedaan worden om de compenserende maatregelen te kunnen controleren. Ook wordt hier gekeken naar het broedsucces van de visdieven, om dit te kunnen vergelijken met de Noordse sterns die in dezelfde kolonie broeden. En hieruit te concluderen of een van de twee soorten het beter doet.

Mijn ervaring tot nu toe is dat het erg leuk is om zoveel in het veld te zijn, je ziet erg veel “gekke” dingen die je totaal niet zou verwachten als je je inleest over een soort. Deze ervaringen maken je steeds geïnteresseerder in de visdieven, en ook steeds gemotiveerder om langer in het veld te zijn. Ook geeft het mij een goed gevoel dat ik een bijdrage kan leveren aan de bescherming en het behoud van een kwetsbare diersoort in Nederland